email telefoon internet
vragen@nosun.nl 053 436 43 42 www.nosun.nl
Reisverslag groepsreizen Wales
*ZATERDAG 5 AUGUSTUS 2006 (dag 1)

Om 5.40u moeten we ons al verzamelen in Hoek van Holland, om op tijd de boot naar Harwich te hebben. Best vroeg, als je vanuit Brabant moet komen, wat toch al gauw 1,5 uur rijden is. De terminal van Stena Line waar de catamaran al klaar ligt, ligt bij het NS station. Er staat al iemand te wachten (Lydia) en al snel komen er meerdere reisgenoten aan. Dan komt ook de reisbegeleider (Idsert) er aangereden met het minibusje waarmee we ons de komende 2 weken door Wales gaan verplaatsen. Iedereen stelt zich aan elkaar voor, nog een beetje onwennig. Moeilijk nu nog, al die namen, maar het is een kleine groep, dus dat komt goed. We lopen de terminal binnen en Idsert koopt kaartjes. We kunnen vrij snel daarna doorrijden naar de kaart- en paspoortcontrole. We moeten lang wachten voordat we de catamaran op kunnen rijden. Nadat het busje geparkeerd is en op de handrem staat lopen we naar boven. Om 7:20u vertrekt de boot richting open zee. Met een half uur vertraging komen we rond 11.30u Engelse tijd aan in Harwich, maar voordat we de boot af zijn en door de paspoortcontrole zijn we weer een hele tijd verder. Groot- Brittannië doet blijkbaar niet mee met het Schengen- verdrag. Langs de weg staan borden in verschillende talen, waaronder Nederlands, om ons eraan te herinneren dat we links moeten rijden. Gelukkig kunnen we al vlug de snelweg op richting het westen; Zuid- Wales. Her en der zijn flinke vertragingen, vooral rond Londen, waarvan we ten noorden blijven. Onderweg stoppen we nog om een supermarkt te zoeken, maar die is er geen in dit dorp. We rijden snel verder, want we hebben nog zo’n 160 km te gaan. De meesten zitten ondertussen te slapen in het busje. We hebben een navigatiesysteem, dat werkt veel beter dan alles op de kaart op te moeten zoeken. Vlakbij de grens met Wales staat een tolpoort. Daarna worden de heuvels al hoger, dus nu zijn we echt in Wales aangeland. De verkeersborden zijn vanaf hier tweetalig; Engels en Welsh. Maar ook veel straatnaambordjes, teksten in folders enzovoorts. In het dorpje Brecon stoppen we bij een hele kleine supermarkt om inkopen te doen voor het avondeten en ontbijt. Er is niet veel meer keuze dan spaghetti met saus, dus de volgende keer maar een grote supermarkt opzoeken, anders eten we zó eenzijdig. Nadat we de weg naar de camping gevraagd hebben, gaan we weer op weg. De camping, Grawen, aan de rand van het Brecon Beacon’s National Park, heeft plaats genoeg. Het heeft wat weg van kamperen bij de boer. De toiletten en douches zijn in een houten keet. Na aankomst gaan alvast een paar mensen beginnen met koken. We hebben geen gasflessen bij, maar spiritusbranders. Het duurt daarom wel even voordat alles klaar is. Maar dan smaakt alles des te lekkerder. Na het eten ga ik mee de afwas doen en daarna buurten we nog wat. Het stikt hier van de kleine muggetjes (Midgets), die helaas steken. Iedereen gaat na deze lange reisdag op tijd naar bed (ca. 22.00u). De Engelsen om ons heen zijn nog aan ’t BBQ’en; alhoewel, het lijkt meer op vlees roken. Iedereen van onze groep heeft zijn eigen tentje gekregen, dat geeft toch wat privacy.

 

*ZONDAG 6 AUGUSTUS (dag 2)

Vanmorgen om 7.30u gaat de wekker. Na ’t wassen gaan we ontbijten. Sommigen (vooral Idsert) zitten onder de rode bultjes van de Midgets. We kunnen alvast brood smeren voor de lunch en de veldflessen vullen met water. Daarna maakt iedereen zich klaar voor de wandeling van vandaag. De plaats van bestemming wordt ingevoerd op ’t navigatiesysteem en we vertrekken naar ’t Brecon Beacon’s National Park. We rijden over weggetjes waar je beter geen tegenligger tegen kunt komen en waar de schapen gewoon los lopen. Het doel van de wandeling is 4 watervallen op een wandelroute van zo’n 6 km (Four Falls Trail of Llwybr Pedair Rhaeadr in ‘t Welsh). In het begin zijn de paden vrij gemakkelijk begaanbaar. We beginnen op een grindpad, maar op een gegeven moment hebben we alleen ongelijke keien en zand. Onderweg komen we ook nog een paar kale kapvlaktes tegen met alleen nog wat losliggend hout en stobben. Het landschap heeft wel een klein beetje weg van Noorwegen, afgezien van de beplanting. Hier vindt je nog veel loofhout, zoals eik, els, hazelaar, meidoorn, berk en lijsterbes en naaldhout, zoals sparren, dennen en lariksen) en Noorwegen heeft vooral berk en naaldhout; natuurlijk omdat dit veel noordelijker ligt. In een stukje bos is nog niet zo lang geleden brand geweest, waarschijnlijk een paar weken geleden tijdens die hittegolf. Na een goede km komen we aan bij de eerste waterval, die zijn water vanaf een rotsplateau tussen een ander rotsplateau laat vallen. Deze waterval kunnen we alleen vanaf boven bekijken. Er is een gevaarlijke afgrond. Reddingswerkers zijn iemand in aan het pakken op een brancard, maar we kunnen niet zien of het een oefening is of realiteit. Ze hebben niet zoveel haast, dus we denken dat eerste. Na een Kodakmoment lopen we verder. Er staan veel grillige, oude eiken, en enkele oude berken en Esdoorns. Waar zie je dat nog in zulke grote getalen in Nederland? Er groeien zelfs flinke bomen direct op de rotsen, altijd een raadsel hoe die ’t zo vol kunnen houden. De andere 3 watervallen zijn ook de moeite waard; bij 1 kun je zelfs achterdoor lopen. Bij deze waterval eten we de lunch. Terug bij het busje aangekomen wordt de volgende bestemming ingegeven; het kasteel Caerphilly, in het gelijknamige dorp. Maar onderweg doen we eerst een megasupermarkt aan. Bij het kasteel krijgen we tijd om zelf rond te lopen en de expositie over de geschiedenis te bekijken. Vooral de gereconstrueerde grote hal is erg indrukwekkend met zijn mooie houten plafond en wapenschilden aan de muur. Een torenruïne staat wel heel scheef, net of hij ieder moment om kan vallen. Er staat nog maar een muur van recht, dus veel steun heeft die niet. Schitterend zo’n kasteel en verbazend knap hoe ze die in de Middeleeuwen konden bouwen. Uiteraard moet er naderhand nog even in de souvenirwinkel gekeken worden. Een paar groepsgenoten hebben een formulier ingevuld om lid te worden van het CADW, een organisatie voor het behoud van het Welsh erfgoed. Helaas hebben ze niet genoeg formulieren voor iedereen, dus de rest moet de volgende gelegenheid afwachten. Met dit formulier kun je gratis de kastelen bezoeken en korting in de souvenirwinkeltjes krijgen. Als we dezelfde weg terug naar ’t busje willen lopen blijkt de poort van het openbare pad al gesloten te zijn, dus lopen we maar terug naar de hoofdingang. Overal hangen er bordjes met “No fishing or swimming in this water allowed”, vanwege gevaar van Blauwalg. Het wordt weer tijd om terug naar de camping te rijden om te koken. We eten nasi vandaag. Ondertussen komt er een Nederlandse vrouw om ons wat vragen te stellen over onze reis en een groepsfoto te maken. Ze is van een of ander reismagazine. Hopelijk maakt ze er een mooi, positief verhaal van. Het begint te dreigen, dus zetten we de kooktent op om dadelijk in ieder geval droog te kunnen eten. Maar tot nu toe drijft ’t redelijk over. Het duurt weer best lang voordat ’t eten klaar is. Misschien een goede tip voor NoSun om voortaan flessen butagas mee te geven. Maar als ’t goed is gaan we morgen BBQ’en. Rond 20.00u is ’t eten eindelijk klaar. Naderhand hebben we nog een toetje; aardbeienyoghurt. Degenen die niet gekookt hebben doen de afwas. Ondertussen heeft Michiel al een kampvuurtje gemaakt. Lekker warm, maar ’t houdt de Midgets helaas niet weg. Dus morgen zullen we wel weer allemaal vol zitten met bultjes. Er wordt nog wat gebuurt, maar rond 22.30u gaat iedereen te bed, omdat we morgen om 7.00u opstaan om verder te reizen naar ’t Zuidwesten van Wales.

 

*MAANDAG 7 AUGUSTUS (dag 3)

Zoals afgesproken staan we om 7.00u op. Vannacht heeft ’t geregend en ook nu miezert het nog wat. Gelukkig is ’t zo droog en kunnen we ontbijten en de lunch smeren. De tenten zijn wel nat, dus die moeten zo in de zakken. Het scheelt al wat als je ze uitschud. Om 8.30u zijn we klaar om aan te rijden naar de volgende bestemming. We rijden over smalle, holle wegen met houtwalletjes en hagen, zoals je ze ziet in het typische Engelse kleinschalige landschap. Onderweg stoppen we in een weidegebied met loslopende schapen op de weg. Hier krijgen we de tijd om wat rond te lopen. We lopen de heuvels op tussen de schapenstront en keien door. Iedere keer als we denken op de top te zijn doemt de volgende op. Rik weet te vertellen dat dit landschap is gebruikt als inspiratie voor het fantasielandschap uit de film en het boek “Lord of the rings”. Ook de Welshe plaatsnamen hebben de schrijver geïnspireerd. De film zelf alleen is in Nieuw- Zeeland opgenomen. Vreemd eigenlijk als je je bedenkt dat juist het landschap hier in Wales de bedenker inspireerde. Boven op de top van de heuvel waait het flink. De schapen zijn bang voor ons. Nadat we lekker uitgewaaid zijn rijden we verder naar ’t volgende doel: Carreg Cennen Castle. Deze ruïne, ligt op een heuvel en zie je al van ver liggen. De truc van studentenkorting gaat hier niet op, ze willen studentenkaarten zien. Helaas dus voor de meesten van ons. Degenen met het roze papiertje van de CADW kunnen gratis naar binnen. Bij de volgende mogelijkheid zal de rest ook een formulier invullen. De ruïne ligt heel mooi boven op de heuvel op de rotsen, maar is meer afgetakeld dan de vorige die we bezocht hebben. In sommige ruimtes herken je de functie die ze vroeger hadden. Ondertussen schijnt de zon flink wat een extra mooi effect geeft. Vanuit de andere kant heb je een schitterend uitzicht op de ruïne en de omgeving. Naar beneden kijkend, kijk je heel diep weg. Na een goed uur rondgelopen te hebben wordt ’t weer tijd om verder te rijden naar de camping op het schiereiland Gower. Onderweg wordt er nog getankt. Het valt op dat de diesel dezelfde prijs heeft als de benzine, zo rond de 99 pence, dus omgerekend ongeveer evenveel als in Nederland. Helaas blijkt de mooiste camping met uitzicht op de “Three Cliffs Bay” vol te zijn, dus moeten we op zoek naar een andere. Als we die gevonden hebben worden de tenten opgezet en een gedeelte van de groep gaat op zoek naar een supermarkt. Deze camping heeft ook een mooi uitzicht op de zee. Als de rest terug is van de supermarkt lopen we naar het strand (op ongeveer 0,5 km). Het is een mooi, zuiver zandstrand en een eindje verderop beginnen de kliffen. Het is nu vloed. De anderen gaan zwemmen en ik blijf op ’t strand om te genieten van deze mooie omgeving. Als we weer terug naar de camping willen lopen komen de dames er aan gelopen om te pootjebaden. Wij blijven ook nog even, maar gaan daarna alvast terug naar de camping. We BBQ’en pas over 1,5 uur, dus hebben we nog tijd om te relaxen. Om 19.00u steek ik de wegwerp- BBQ’s alvast aan en wordt alles klaargezet. Rik en ik zijn vandaag de “koks”. Het waait flink, omdat we hier aan de kust zitten. Gelukkig hebben we daarom geen last van Midgets, maar het wordt ’s avonds wel wat kouder. Het standaard ritueel van afwassen wordt weer afgewerkt. Daarna wordt ’t al snel donker. We gaan met z’n allen nog een avondstrandwandeling maken. Het is (bijna) volle maan, dus helder en vooral aan zee is dit schitterend. We lopen langs de kliffen af op het gedeelte strand wat vanmiddag nog onder water stond. Een groepje zit onder de kliffen bij een kampvuur. De kliffen zijn flink afgesleten door de beukende zee. Op de rotsen zijn vele kolonies schelpdiertjes te zien. We maken wat mooie foto’s en na 2 uur wandelen komen we weer terug op de camping, waar we nog wat drinken. Daarna gaat iedereen te bed.

 

 *DINSDAG 8 AUGUSTUS (dag 4)

Gisteravond is er al besloten dat we vandaag naar het plaatsje Rhossily, 16 km verderop, zullen gaan. Onderweg daarheen bij een wegversmalling komt ons een busje tegemoet rijden. We raken elkaars spiegels. De ramen staan open, dus vliegen er glassplinters naar binnen. Gelukkig is er niemand gewond, maar we zijn wel flink geschrokken. Bij de eerstvolgende tankstation stoppen we om de schade te bekijken. Gelukkig blijkt die best mee te vallen: alleen het glas van de spiegel is weg. Het andere busje komt er ook aangereden en die blijkt meer schade te hebben. Zijn spiegel ligt er half af en zijn zijruitje is kapot. Het glas ligt door zijn hele cabine heen. Hij blijkt gelukkig zelf ook niks te mankeren. Hier in Groot- Brittannië hoeft er geen politie bij te komen als de beide partijen elkaars gegevens uitwisselen. Idsert, Thijs en Michiel gaan zodadelijk naar Swansea naar de Vauxhall (Opel) garage. De rest wordt afgezet in Rhossily. Eerst lopen we naar het toeristeninfocentrum van de National Trust: een organisatie voor behoud van cultureel erfgoed. Dit gebied is daar ook in beheer. We kijken wanneer het eb en vloed zal zijn, want we willen naar het eiland “Worm’s head” gaan lopen. Bij laagwater is dit eiland te voet bereikbaar over de rotsen/ keien. Gelukkig is ’t net eb. Het is goed uitkijken om niet te vallen en uit te glijden over de gladde keien/ rotsen waar nog plassen water tussen staan, maar na een tijd bereiken we veilig ’t eiland. Overal staan borden met “Danger”, want je zóu maar ’s te laat zijn als ’t net vloed gaat worden. Er hangt een bel om de reddingsdienst op het vasteland te waarschuwen als je vast zit. Maar dan moet natuurlijk wel net de wind goed staan! Na geluncht te hebben lopen we verder naar de achterkant van het eiland, naar de eerste top, eerst tussen bramen- en jeneverbesstruiken door en daarna door grasland. Beneden in zee zien we zeehonden zwemmen èn een duiker die we ook eerst voor een zeehond aanzien. Het volgende deel van het eiland is ook weer alleen bij eb bereikbaar, over rotsen met diepe spleten. Alleen Rik en ik gaan hier verder; op naar de top van de tweede heuvel. In de rots wat de verbinding is tussen het tweede en het laatste deel van het eiland zit een gat waardoor je de zee aan de andere kant ziet. We lopen door tot de top van de laatste en hoogste heuvel op ’t eiland. Het laatste stuk naar de top heeft echt steile rotsen en moet met handen en voeten beklommen worden. Maar dan heb je boven wel een schitterend uitzicht over het hele eiland en de verbinding met het vasteland. Zeker met het heldere weer van vandaag! Het wordt weer tijd om de rest van de groep op te zoeken en lopen daarna samen terug naar ’t vasteland. Dit is een heel stuk gemakkelijker dan de kliffen met diepe spleten. Maar misschien ook wel een kwestie van angst overwinnen. Boven op de kliffen van het vasteland aangekomen begint er een lokale bewoner tegen ons te buurten. Hij vertelt dat ondanks de waarschuwingsborden overal, mensen toch dom zijn. Een paar maanden geleden is er nog een dodelijk ongeluk gebeurd en toen hebben ze de bel er neergehangen. Die is 6 weken geleden zelfs nog gebruikt. We lopen terug naar ’t dorpje om het natuurstenen kerkje uit de 12e eeuw te bezichtigen. Daar rond staan veel grafstenen uit het midden van de 19e eeuw met mooie poëtische teksten er op; vaak begroeid met korstmos en gras. Sommige teksten zijn bijna niet meer te lezen. We kijken ook nog even in ’t kerkje. Het heeft een mooi interieur en plakkaten aan de muren ter herinnering aan schipbreukelingen. Idsert, Thijs en Michiel zijn ondertussen weer terug. We moeten morgen rond 10u in Swansea de spiegel laten installeren. Die moeten ze bij Opel bestellen, want een Engelse Vauxhall- spiegel gaat blijkbaar niet. Maar we moeten toch die richting is, dus geen probleem. Zij gaan nog richting het eiland wandelen, maar kunnen er niet meer op, omdat het alweer vloed begint te worden. Wij gaan wat op de kliffen zitten met uitzicht op het strand. Hier zijn de stranden tenminste niet zo vol als de Nederlandse. Vanaf de achterliggende bergen gaan er een paar paragliders naar beneden; mooi om te zien! Als de anderen terug zijn lopen we weer naar ’t busje, op naar de supermarkt! Vanavond gaan we weer BBQ’en. Bij de camping aangekomen gaan er nog een paar naar de zee. Tegen 19.00u willen we de BBQ’s aan gaan steken, maar het blijkt dat we die vergeten zijn mee te nemen van de supermarkt. Dus Idsert en Thijs rijden toch maar even terug. We maken alvast salade. Als ze terug zijn worden de BBQ’s snel aangestoken en vrij snel daarna kunnen we eten dankzij de wind die ’t vuur aanwakkert. Na het eten wordt er afgewassen en nagebuurt. Ook wordt er bekeken wat we morgen in Swansea kunnen gaan doen terwijl de spiegel wordt gemaakt. Iedereen is vandaag flink verbrand door de combinatie van zon en zeewind. Rond 23.00u gaan we slapen.

 

*WOENSDAG 9 AUGUSTUS (dag 5)

Vanmorgen is ‘t 7.00u weer dag. Het uiteindelijke reisdoel van vandaag is St. David’s aan de zuidwestkust van Wales. Maar eerst gaan we dus naar Swansea om te spiegel te laten repareren en wat rond te kijken. Daar aangekomen blijkt de spiegel nog niet binnen te zijn. Idsert rijdt ons daarom alvast naar het winkelcentrum en Plantasia. Dat heeft nog best wat in, want de straat staat niet in de Lonely Planet- gids. Net als we ’t bijna op willen geven komen we eindelijk in de goede straat aan en staat er ineens een bord van Plantasia. Anders was het ’t Egyptisch museum geworden. Plantasia is mooi om te zien. Er zijn aquariums en terrariums met tropische vissen, grote wandelende takken, reuzenkakkerlakken, schildpadden. slangen van wel een arm dik en 4,5 m lang, reptielen enz. Daarna kom je in een grote plantenkas met tropische planten en een vijver met grote Koi- karpers. Daar zit nog voor een heel kapitaal in. In een kooi zitten aapjes en er zijn aparte halletjes met vlinders (en een kast met cocons) en cactussen. Best interessant allemaal. Als we uitgekeken zijn lopen Rik, Hendrik-Jan en ik ’t overdekte winkelcentrum in en daarna naar buiten, de winkelstraat in. Daar lopen heel apart geklede mensen in, van die alternatievelingen. Mensen kijken blijft leuk. Eerst gaan we een hamburger eten bij de Mac Donalds. We zien een winkeltje met hele emmers pillen voor sporters. Ook is er een winkeltje met zwaarden en spullen voor hekserij. Heel apart! Er zijn hele grote zwaarden bij, helmen, schilden enz. Daarmee zou je tijdens carnaval goed voor de dag kunnen komen! In een overdekte markt met heel veel leuke hebbedingetjes koop ik een patch voor op m’n rugzak met de Welshe vlag en “Cymru” erop. Cymru is de Welshe naam voor Wales. We lopen nog wat verder, maar veel meer is er niet te zien hier. Ondertussen belt Idsert op dat hij weer klaarstaat, dus lopen we weer terug naar ’t busje. Thijs en Michiel zijn boodschappen aan ’t doen in de supermarkt. Als die terug zijn kunnen we op weg naar St. David’s. We stoppen ergens aan de kust, omdat we denken dat dit de eindbestemming is, maar uiteindelijk is ’t toch nog zo’n 15 km rijden. In St. David’s zoeken we ’t toeristencentrum op om te vragen waar de camping ergens is. Die blijkt niet zo gek ver weg te zijn. Het is een echte familiecamping die al vrij vol staat. We zetten de tenten op en daarna wordt er gekookt. Vandaag staat er tomatensoep, een homp brood, hotdogs, salade en bruinbrood op ’t menu. Goed te eten! Na het eten gaan er een paar afwassen. Daarna gaan we met een deel van de groep nog een eind wandelen naar de kust om de zonsonder-gang te zien. Jammer genoeg zijn we nèt te laat, want de zon verdwijnt al snel achter de heuvels. Toch maken we nog wat foto’s van de laatste zonmomenten vanaf een klein schiereilandje. De rotsen staan in mooi donker contrast met die rode lucht. Daarna lopen we op ons gemak terug naar de camping. Ondertussen is aan de andere kant de maan vol en groot te zien, met slierten wolken ervoor. Prachtig om te zien! Op de camping buurten we nog wat onder ’t genot van een hapje en een drankje en rond 22.30u gaan de meesten naar hun tent. Ik ga nog even douchen. Ook hier weer 20 pence voor 4 minuten, dus snel inzepen en wassen. De meesten liggen dan al te bed.

 

*DONDERDAG 10 AUGUSTUS (dag 6)

Vanmorgen ben ik al vroeg wakker geworden door de harde wind, maar gelukkig ben ik toch weer ingeslapen tot 7.15u. Het waait nog steeds hard, maar gelukkig staan alle tenten nog recht. Na mezelf gewassen te hebben heb ik ’t ontbijt mee verzorgd. Vanwege de harde wind zijn we maar in de kooktent gaan zitten. Als iedereen klaar is beginnen we aan de langste wandeling tot nu toe. We gaan een stuk van het Pembrokeshire coast path wandelen. De wind waait hard, dus dat wordt lekker uitwaaien. Een paar die- hards (of zotten?!) zijn aan ’t zwemmen in de hoge golven en aan ’t kajakken. Het pad volgt precies de kustlijn, meestal vlak langs de hoge kliffen. Samen met de wind levert dit een mooi schouwspel op als de witte koppen van de golven op de kliffen uit elkaar spatten. Je kunt eigenlijk wel overal stil blijven staan om foto’s te nemen. Geregeld moeten we door een poort in een hekwerk dat de schapen binnenhoudt. Vanuit een paar kleine haventjes gaan er boten naar ’t eiland Ramsey om vogels (Papegaaiduikers) en zeehonden te spotten. Een kleine groepje loopt vooruit op de anderen. We houden contact met mini- Walkie talkies, maar die werken niet altijd even goed. Op de plaats waar we samen lunchen is de ingang van een grot te zien, die je alleen vanuit zee kunt bereiken. Na de lunch loopt ons groepje weer voorop. Onderweg is er een splitsing, maar we blijven het Pembrokeshire pad volgen, tussen heideplanten, jeneverbesstruiken en grasland door. Onderweg volgen er nog een paar paarden ons een eindje. Misschien verwachten we dat we ze gaan voeren. Bij een andere splitsing kunnen we of direct naar St. David’s lopen of het pad nog verder langs de kust volgen. We besluiten dit laatste te doen. Bij deze splitsing is er een mooi kiezelstrand. Uiteindelijk komen we uit bij een haventje dat vanwege eb nu droogstaat. Hier willen we even wachten op de rest, maar via de walkie- talkies horen we dat we verder mogen lopen naar St. David’s, nog een paar kilometer langs de asfaltweg omhoog de heuvel op. Vlakbij de kathedraal van ’t stadje komen we de rest van de groep tegen die wel rechtstreeks naar St. David’s is gelopen. We hebben zo’n 3,5 uur gelopen in totaal. Bij de kathedraal krijgen we 1,5 uur om rond te kijken. Binnen kijken we uiteraard ook rond. Daar kun je foto’s maken, maar dat kost 1,5 Pond. Zo Nederlands als we zijn lenen we de kaartjes van elkaar. Heel imposant zo’n kathedraal met hoge, mooi versierde houten plafonds en aparte hoekjes met verschillende altaren. Ook de glas-in-loodramen zijn schitterend. In de kelder zijn allerlei gebruiksvoorwerpen te zien, zoals zilveren kelken, ringen enz. vanaf de 12e eeuw t/m de 19e eeuw. Er hangt ook een pij van de priester die de kroning van Koningin Victoria in de eerste helft van de 19e eeuw heeft ingezegend. In de kathedraal zelf staan overal graftombes van priesters en ridders vanaf de 14e eeuw tot de 20e eeuw. We vragen ons af of er nog iemand in ligt. Naast de kathedraal staat de ruïne van een bisschoppelijk paleis uit de 14e eeuw. Hier kan de rest van de groep ’t formulier van het CADW invullen. Je kunt hier ook enigszins zien wat de functie van de ruimtes was. Overal hangen bordjes met plaatjes hoe ’t er uitgezien moet hebben. Helaas zijn er een paar kleine stukjes muur en vensters gerestaureerd, wat je goed kunt zien en niet zo fraai is. Op plaatsen zijn betonvloeren gestort en muren gepleisterd. Om 15.00u verzamelen we weer bij de kathedraal. Een deel van de groep gaat weer terug naar de camping, maar wij lopen nog rond in ’t centrum voor wat ansichtkaarten en souvenirs. Daarna lopen ook wij terug naar de camping. Dat is nog best een eind lopen. Daar aangekomen ga ik eerst m’n batterijen en lader bij de receptie ophalen. Het opladen kost 50 pence. De meesten liggen even een dutje te doen, moe van de lange wandeling. Rond 19.00u beginnen er een paar aan ’t pannenkoekenbeslag in een afwasteil. Als de spiritusbranders branden en ze beginnen met bakken, blijkt ’t niet goed te werken. De pannenkoeken worden totaal niet gaar, omdat ’t vuur te klein en dus niet heet genoeg is. Idsert maakt een rondje over de camping om te vragen of we van iemand butaangasbranders kunnen lenen, maar helaas zonder resultaat. Van ’t beslag worden toch nog een paar redelijk gare pannenkoeken gebakken, maar we besluiten om toch ook maar soep met knakworsten klaar te maken. Idsert en Michiel gaan in St. David’s naar een Fish & Chips- zaak om meer eten te halen. Ze brengen 2 soorten mee; gewone Fish & Chips èn de versie met groene smurrie, wat na uitvoerig onderzoek geprakte erwten blijken te zijn. Het smaakt best goed voor een keer, alleen gruwelijk vet en de friet is wat slap. Na het eten doe ik de afwas met Rik en Hendrik-Jan en daarna wordt er nog wat gedronken en gebuurt. Idsert en ik pakken een flesje “Fink bräu”- bier uit Frankrijk in kleine flesjes. Het lijken wel flesjes hoestdrank. Rond 22.45u gaat iedereen naar zijn tent.

 

*VRIJDAG 11 AUGUSTUS (dag 7)

Om 7.00u sta ik weer langs de tent om me te wassen en daarna te ontbijten. Daarna wordt alles weer in ’t busje geladen voor ’t volgende reisdoel: Aberystwyth. Maar eerst rijden we naar de “Carreg coetan Arthur burial chamber” bij Newport. Er blijken 2 versies te zijn: een in Newport zelf en de andere er een paar mijl buiten. De eerste blijkt een hele kleine te zijn en ligt zo ongeveer in iemands achtertuin. Daarna lopen we terug naar de bus om naar de tweede te rijden, over smalle, holle weggetjes waar je beter geen tegenliggers tegen kunt komen. Deze graftombe is iets groter. De omgeving is mooi en kleinschalig ingericht; omgeven door houtwalletjes. Bij deze tombe staat een infobord hoe de grafheuvel er in de prehistorie uitzag. Nu zijn er alleen nog een drietal stenen met een horizontale steen erop liggend te zien. We rijden weer verder; de volgende stop is een eind verder, in Cilgerran, bij een kasteelruïne op een heuvel met mooi uitzicht op de beboste omgeving. Van deze ruïne staan nog een gedeelte van de torens overeind en een paar muren. Hier lunchen we ook maar meteen. Daarna is ’t weer tijd om verder naar Aberystwyth te rijden. Dat is nog zo’n 38 mijl rijden. Daar rijden we eerst naar de megasupermarkt en moeten we nog op zoek naar een camping. De eerste, die door NoSun gereserveerd is accepteert helaas geen groepen (misschien zien we er wel uit als herrieschoppers) en de tweede heeft geen douches. Idsert belt met een andere camping, waar wel plaats vrij is. Het plaatsje, Cwmystwyth; staat niet in de navigator, maar er wordt een plaatsje in de buurt ingevoerd; Devil’s bridge. Dat is toch nog een flink aantal kilometers van Aberystwyth vandaan, in de “Cambrian Mountains”. We rijden ondertussen door een verlaten mijnbouwgebied met ruïnes van gebouwtjes en grote hopen rotspuin. De camping ligt in een dal aan een klein riviertje, dus er zullen wel weer Midgets zitten. Er is maar 1 douche. De eigenaresse is er nog niet, dus zetten we de tenten alvast op en beginnen aan het eten. De saus gaan we op onze spiritusbranders opwarmen en aan de eigenaresse vragen we of ze de pasta op wil warmen. Rond 19.30u gaan we eten. Het zit inderdaad weer vol Midgets, maar dat is vrij logisch zo vlak bij ’t water. Het zijn irritante rotbeestjes die overal in gaan zitten en je blijft aan ’t krabben. Idsert, Thijs, Rik en ik gaan nog een avondwandeling maken, eerst ’t riviertje over komen met droge voeten en daarna dwars door de weilanden een heuvel op; geen pad te bekennen. Dus dan maar dwars door ’t grasland, schapenstront en keien ontwijkend. Het laatste stuk is heel steil, net een muur waar je tegenop moet klimmen, dus komen we allemaal buiten adem boven. Maar het uitzicht is er geweldig, vooral met wat avondrood erbij. Alleen jammer van die windmolens op die ene heuvel. Het begint nu snel donker te worden, dus lopen we maar weer naar beneden. Je moet goed uitkijken om niet te vallen. We hebben gelukkig een goed profiel onder onze wandelschoenen, alleen Rik heeft iets meer moeite met z’n gymschoenen. Als je deze heuvel een paar keer op en af loopt komt ’t wel goed met je conditie. Het is al helemaal donker als we weer veilig bij de tenten aankomen. De rest ligt er al in en Idsert, Rik en ik gaan de afwas nog doen. Het warme water is op. Idsert moet toch nog de geleende pannen terugbrengen en de camping betalen en de eigenaresse biedt aan om water voor ons te koken. Zo zie je maar weer: erg vriendelijke, behulpzame mensen hier. Na de afwas gaan wij ook naar onze tenten om te slapen, met het kabbelende riviertje en blatende schapen op de achtergrond.

 

*ZATERDAG 12 AUGUSTUS (dag 8)

Vanmorgen om 7.00u toch maar eerst eens douchen. Het is even wennen: de ene keer warm en de andere keer kouder water. Er hangt een briefje op de deur dat je vanwege het droge weer zuinig met ’t water moet zijn. Dat zal nu wel niet meer van toepassing zijn. Thijs en Rik zijn vanmorgen vroeg de heuvel alweer op- en afgeklommen. Vannacht is ’t erg koud geweest en sommigen hebben dan ook wat kou geleden. Gelukkig is mijn slaapzak warm genoeg. Het is tijd voor ’t ontbijt. Rond 9.00u rijden we naar Rayader voor een wandeling. Bij de toeristeninfo hebben ze helaas geen routebeschrijving meer, maar gelukkig hangt er buiten aan de muur een kaart. Idsert zoekt een wasserette op en wij gaan ondertussen wandelen. We lopen de heuvel op langs de asfaltweg af, maar zien geen bordjes staan die de route aan zouden moeten geven. En ik meen me te herinneren dat ’t eerste deel van de uitgekozen wandeling een stukje van de weg af gaat. Vanwege de regen trekken we onze regenkleding aan, maar het valt mee. De weg waar we langs lopen is vrij druk en dit kan nooit de goede route zijn. Vooral niet omdat we geen riviertje zien, terwijl deze wel op de kaart stond. Daarom draaien we op een gegeven moment maar om en lopen dezelfde weg terug. Langs de weg staan struiken met rijpe bramen, die heerlijk zoet smaken. Terug bij de toeristeninfo blijkt dat we 180 graden verkeerd zijn gelopen, dus we hadden precies de andere kant op gemoeten. Dat is wel balen! We eten ons brood op en als Idsert terug is rijden we naar Devil’s bridge. Hier gaan we eerst de waterval bekijken. Deze valt in etappes naar beneden tussen de bomen door. De trap naar beneden is heel erg steil. De waterval is vanuit elke etappe mooi te zien. Een discussie tussen Thijs en Michiel over of je er met een kano vanaf kunt glijden, eindigt in de conclusie dat dit praktisch onmogelijk is. De uitgang is bij een “tearoom”, waar we wat drinken met een stukje echte Engelse chocoladecake. Dat gaat er wel in na zo’n wandeltochtje. Dan lopen we naar ’t stationnetje om met een smalspoor stoomtreintje (The Prince of Wales) in een uur tijd de ruim 11 mijl lange route door de Rheidol vallei naar Aberystwyth af te leggen. De trein overbrugt een hoogte van meer dan 600 voet. Deze spoorweg is in 1902 aangelegd voor transport van en naar de loodmijnen en vervoer van hout en passagiers. Om geld te besparen is het spoor smaller dan de norm opdraagt en heeft veel scherpe bochten. Alleen Idsert en Hendrik-Jan gaan met ’t busje naar Aberystwyth, de rest gaat met ’t treintje. De kaartjes worden verkocht in een oud stationshalletje door een oudere man in ouderwetse conducteurskleding. Om 16.00u vertrekt ’t treintje. We hebben een fantastisch uitzicht over de vallei en een oud mijngebied. Soms rijdt ’t treintje vlak langs rotswanden af. Na een uur komen we aan op ’t station van Aberystwyth, waar Idsert en Hendrik-Jan al staan te wachten. We lopen de stad in. Het schijnt een echte studentenstad te zijn, maar aangezien het zaterdag èn vakantie is, is er weinig van te merken. Eerst lopen we naar een kleine kasteelruïne, waar ook een oorlogsmonument van 1939- ’45 staat. Er staat ook een kerk en een ander mooi gebouw (universiteit?), maar helaas wordt ’t mooie uitzicht hierop verpest door een speeltuin. Dit alles ligt direct aan de kust en daarom waait ’t er flink. We gaan op zoek naar een restaurant; het liefst met typisch Welsh eten. We vinden een leuk restaurantje met de naam “Harry’s”, waar we heerlijk eten voorgeschoteld krijgen. Na ’t eten lopen we terug naar ’t busje om de tassen achter te laten en gaan we op zoek naar een leuke, gezellige pub. Een voorbijganger verwijst ons naar een pub waar veel jongeren komen en vanavond live muziek wordt gespeeld. Het wordt inderdaad erg gezellig. De band die vandaag speelt heet de “Accelerators” en spelen Bluesmuziek. Rond 22.30u beginnen ze; het is mooie muziek in verschillende Bluesstijlen. Ze spelen net iets te hard om goed met elkaar te kunnen buurten en na een tijd wil de rest van de groep verder naar een disco. Daarom lopen we de stad weer in en komen we uit bij de pier, waar de harde wind de zee hard tegen de kade laat beuken. Hier is een leuke disco met muziek uit de jaren ’80 en ’90 en R&B, waar je 4 Pond intree betaald. Iedereen raakt losser en danst mee op de muziek. De disco ziet er uit als een soort stationshal en heeft een grote dansvloer. Helaas is ’t rond 00.45u tijd om ’t busje weer op te zoeken en naar de camping terug te rijden. Daar gaan we snel naar bed.

 

*ZONDAG 13 AUGUSTUS (dag 9)

Vandaag is ’t weer tijd om verder naar ’t noorden te reizen, naar het Snowdonia National Park. Gelukkig kunnen we uitslapen vanwege ’t stappen van gisteren. Het ontbijt staat om 09.00u klaar. Nadat de tenten afgebroken zijn en ’t busje ingeladen is kunnen we op weg. Binnen de kortste keren ligt iedereen te slapen ondanks de slingerweggetjes die ’t busje flink op en neer schudt. Rond 13.00u stoppen we bij een tankstation om te lunchen. Na 20 min. pauze rijden we weer verder. We komen een bord tegen met de naam van een kasteel en die kunnen we nog wel even bezoeken tussendoor. Toch is ’t nog een heel eind rijden naar kasteel Harlech in ’t gelijknamige plaatsje. Het plaatsje zelf is supertoeristisch. Van ’t kasteel is nog redelijk wat heel en je hebt een heel mooi uitzicht op de omgeving; aan de ene kant het Snowdonia park en de andere kant de zee. In ’t kasteel zijn demonstraties bezig van zwaardvechten, met pijl en boog schieten en een valkenier. Leuk om te zien! Het kasteel is gebouwd in de tijd van de Engelse verovering van Wales (ca. 14e eeuw). Er is een expositie over de geschiedenis en ook de ondergang van ’t kasteel wordt er beschreven. Na een uur rondgekeken te hebben rijden we door naar de camping Bryn Gloch in ’t gelijknamige plaatsje. Een prima camping met goede voorzieningen! Hij is vrij groot en omsloten door mooie hoge bergen, waarvan enkele toppen in de wolken verscholen liggen. In de buurt ligt ook de berg Snowdon, waar ’t Nationale park naar is vernoemd. Deze berg is 1.085 m hoog en daarmee de hoogste van Engeland en Wales. De Welsh hier in ’t noordwesten houden nòg meer vast aan hun traditie dan de rest van Wales. Geen wonder dat hier dan ook de hoogst aantal Welshsprekende mensen woont. Op de camping zetten we de tenten weer op en wordt besloten dat ’t grootste deel van de groep pizza gaat eten. De rest eet iets anders. Idsert, Inge, Lydia, Anja en ik gaan de pizza’s halen in Beddgelert (14 km verderop), waar we morgen ook gaan mountainbiken. Michiel kijkt ondertussen of we overmorgen kunnen raften. De pizza’s hebben namen van plaatsen in de omgeving. Ondertussen gaat de zon onder en is er een keimooie felrode gloed te zien op de bergen, waarschijnlijk van de koper in de grond. Het wordt snel donker en rond 23.00u gaan de meesten slapen.

 

*MAANDAG 14 AUGUSTUS (dag 10)

Vanmorgen ben ik op 6.50u opgestaan en gratis gaan douchen. Daarna is de rest ook klaar en kunnen we ontbijten. Ook zetten we thee voor vanmiddag. Rond 9.00u is iedereen klaar om naar Beddgelert te rijden. Daar zetten we eerst Inge, Lydia en Anja af, want die gaan een kopermijn bekijken. Wij rijden iets terug richting de camping naar de mountainbikeverhuur. Omdat wij Nederlanders zijn (en dus zuinig), probeert Idsert korting te bedingen. De vorige NoSun groepen hebben hier ook mountainbikes gehuurd, dus ze kennen de reisorganisatie hier “goed”. De verhuurders zijn vriendelijk en maken constant grappen. We krijgen mountainbikes met voorvorkvering. De banden staan wat slapper om beter grip op de grindpaden te hebben. De mannen leggen eerst uit hoe we ’t beste kunnen remmen en in welke versnelling we ’t beste heuvels kunnen nemen. Dan kunnen we gaan nadat we een routekaart, bandenplakspullen en een pomp meegekregen hebben. De eerste helling is al meteen een flinke lange klim. Op een gegeven moment komen we weer bij de verharde weg uit en we denken dat we deze gedeeltelijk moeten volgen. Pas in ’t volgende dorp komen we er achter dat we verkeerd zitten. We blijken helemaal buiten de routekaart te zitten, dus moeten weer helemaal terug naar ’t punt waar de grindweg op de verharde weg uitkomt. Het eerste stuk moeten we een vrij lange weg klimmen. Als we weer op ’t punt terug zijn volgen we grindpad verder, meteen al een flinke heuvel op. Helaas gebruikt Hendrik-Jan een te hoge versnelling en is hij zo uitgeput dat hij op moet geven. Hij en Idsert gaan in de buurt wat rondlopen en daarna terug naar de verhuur. Wij fietsen door; heuvel op, heuvel af met geweldige uitzichten over het Snowdonia Park. Vooral de afdalingen gaan keihard en zijn gaaf! Op een gegeven moment kunnen we kiezen: of ’t grindpad blijven volgen, of ’n spectaculaire downhill, waar normaal alleen water stroomt tussen losse keien door over iets wat op een klein paadje lijkt. Uiteraard besluiten we de laatste optie te kiezen, voor wat meer avontuur. Je kunt hier niet gewoon op je zadel blijven zitten, anders komt de mountainbike niet over de keien heen en val je. Dus we gaan op onze pedalen staan voor betere balans en beheersing van de fiets. Dat werkt goed! We moeten wel constant onze remmen gebruiken. Dit is een geweldige ervaring! Thijs valt onderweg, gelukkig niet hard, en dan blijkt zijn band lek te zijn. Dus dat wordt plakken! We lunchen daar maar meteen. Gelukkig is ’t plakken vrij snel gebeurd en kunnen we de route vervolgen. Eerder dan verwacht, na een geweldige afdaling, komen we weer vlakbij de verhuur uit. Michiel gaat daar alvast terug heen en wij gaan nog een ronde doen. De volgende stijging is een zware; over losse keien en vrij steil omhoog. We houden ’t lang vol voordat de fiets stropt bij de keien en we wel af mòeten stappen en verder lopen. Op een kruising slaan we links af voor een afdaling die we straks ook gehad hebben en aangezien ’t alweer 13.00u is gaan wij ook maar terug naar de verhuur. Daar zitten de anderen al op ons te wachten. Nadat de fietsen gecontroleerd en ingeleverd zijn, rijden we terug naar Beddgelert om de dames op te pikken. Na elkaars ervaringen uitgewisseld te hebben rijden we naar Caernarfon om ’t kasteel daar te bezoeken. Maar eerst gaan we naar de supermarkt. Vanuit daar lopen we naar ’t kasteel. Dit is de grootste die we tot nu toe gezien hebben en heeft ook deel uitgemaakt van de Engelse verdediging tegen de opstandige Welshe bevolking. Het is de woonplaats geweest van vele generaties Prinsen van Wales. Zelfs Prins Charles is hier nog beëdigd als Prins van Wales. Hier krijgen we 1,5u de tijd om rond te kijken. Van dit kasteel is nog best wat heel en er zijn een paar interessante tentoonstellingen, bijvoorbeeld over de geschiedenis van een bepaald legeronderdeel door de eeuwen heen. In het kasteel zijn zoveel gangen en trappen dat je gemakkelijk kunt verdwalen, zonder iemand tegen te komen. Als je op de hoogste hoektorens staat heb je een schitterend uitzicht op de omgeving. Om 16.45u lopen we terug naar ’t busje om terug naar de camping te rijden. Op de camping wordt er weer pannenkoekenbeslag gemaakt (poging 2 deze vakantie), want nu hebben we betere spiritus en gebruiken we de verdelers op de spiritusbranders niet. Het bakken gaat nu inderdaad veel sneller; ze worden lekker bruin. We hebben in de supermarkt zelfs een soort stroop gevonden! Na ’t eten wordt er nog wat nagebuurt en gaan Thijs, Rik en ik afwassen. Vandaag helaas geen rode gloed op de bergen. Het is ondertussen alweer 22.00u geweest en iedereen ligt er alweer in. Vanwege ’t bewolkte weer is ’t pikkedonker en dan is er ook nog de mist die steeds dieper ’t dal in komt. Hopelijk is ’t morgen droog (ondanks de voorspellingen), want dan gaan we de Snowdon beklimmen.

 

* DINSDAG 15 AUGUSTUS (dag 11)

De wekker gaat vanmorgen om 7.00u. Vannacht heeft ’t flink geregend en nu hangen er donkere wolken boven ’t dal. Hopelijk houden we ’t vandaag droog. Na het ontbijt smeren we extra brood voor de lunch. Daarna wordt er afgewassen en maakt iedereen zich klaar om naar de Snowdon te gaan. Inge, Lydia, Anja en Hendrik-Jan gaan met de stoomtrein naar de top en de rest te voet. We rijden naar Beddgelert om wat informatie te halen over de wandelroutes en of ’t wel veilig is om naar boven te gaan. Dat is ’t gelukkig! Er zijn verschillende routes van 4,5 tot 7,5 uur op en neer, met verschillende moeilijkheidsgraad. Wij willen die van 4,5 uur gaan lopen, over 2 verschillende routes. Dan rijden we door naar Llanberis, waar we ‘t busje parkeren tegenover ’t station, van waaruit de stoomtrein naar de top vertrekt. Wij trekken alvast onze regenpakken aan, want ’t begint te regenen. In de omgeving hangt een grote bruine wolk van de bruinkool waarop de stoomtrein rijdt. Hier droppen we de treinreizigers en gaan wij met ’t openbaar vervoer (bus) naar Pen-y-pass (retourtje voor 3,5 Pond), waar de routes beginnen. Daar nemen we eerst de “Minerstrack”, een oude mijnwerkersroute naar de top van de Snowdon. De eerste kilometers zijn heel gemakkelijk te lopen; je zou er zelfs bijna met een jeep kunnen komen. We komen langs ruïnes van mijnwerkershuisjes, waar we kort lunchen, en een paar meertjes, waarvan er in één een monster zou zitten. Die hebben we verder niet gezien, want nèt als je dat wilt, is ie er niet. Michiel loopt deze tocht op zijn outdoorslippers, dus die zal straks wel natte en koude voeten hebben. Er lopen leidingen van een waterkrachtcentrale naar ’t dal toe. We hebben een schitterend uitzicht op ’t dal en de omgeving. Tijdens de lunch komt er een meeuw vlakbij ons zitten. Als we de weg vervolgen komt er een stijging over een keienpad. Ondertussen begint ’t harder te regenen, maar gelukkig hebben we onze regenkleding al aan. De hoogste toppen (waaronder de Snowdon van 1.085 m) liggen helemaal in de laaghangende bewolking verscholen. Sommige rotsen hebben witte banen van kwarts , wat van een afstand net sneeuw lijkt. Dan staan we opeens oog in oog met de Snowdon, een vrij steile, met gras begroeide rotswand. Nu moeten we steil naar boven zien te klauteren, maar gelukkig valt dat best mee. Het pad lijkt net een soort trap. Onze regenkleding is niet meer zo waterdicht, maar ’t is ook gedeeltelijk zweet. Op een gegeven moment zitten we midden in de mist en kunnen we helaas niet meer van ’t mooie uitzicht genieten. Soms raken we even ’t pad kwijt, maar die vinden we al snel weer terug. De rotsen zijn flink nat en we moeten uitkijken om niet te vallen. Het pad bestaat uit losse keien en vaste rots en her en der stroomt flink wat water naar beneden. De mensen die weer naar beneden lopen kijken blijer dan ons. Ze zijn volgens mij blij dat ze de top gehad hebben. Na ongeveer 2 uur gelopen en geklimd te hebben komen aan nabij de top. Hier zijn splitsingen van paden, dus hier moeten we straks weer naar beneden. Een eind verderop is de top, waar ook ’t treinstation is. We zien weer een zeemeeuw zitten. Zou dat diezelfde zijn en ons achterna gevlogen zijn, op zoek naar meer van Thijs’ studentenhaver? Inge, Lydia, Anja en Hendrik-Jan zijn nergens te bekennen. Op de top staat een stenen kolom met een koperen wijzerplaat met daarop de richtingen aangegeven waarin de dorpen, bergen en dergelijke in de omgeving liggen. Verder is er niks te zien vanwege de dichte mist, dus moeten we alles maar voor waarheid aannemen. We lopen het station binnen en bestellen warme chocolademelk en frisdrank (voor de suikers). Het is er druk met mensen die hier de warmte en droogte op komen zoeken. Ook wij zijn door en door nat, maar we moeten nog terug naar beneden. Als we weer “opgeladen” zijn lopen we terug richting het dal over de andere route; de “Pygtrack”. Het eerste stuk is dezelfde route als de “Minerstrack”, maar bij een rechtopstaande steen splitsen ze zich. Deze route loopt geleidelijker aan over de berghelling naar beneden. Ook hier heb je prachtige uitzichten, pas zichtbaar als we iets lager richting het dal zijn. Je moet ook op deze route goed uitkijken dat je niet valt of uitglijdt. Het blijft maar regenen, we hebben vandaag wel een hèle slechte dag uitgekozen om de top van de Snowdon te gaan bedwingen, maar van de andere kant geeft ’t een extra uitdaging. We komen mensen tegen die nog steeds naar de top willen. Het pad bestaat ook nu uit losse- en vaste keien en rots waar we overheen moeten klimmen. Er lopen, in tegenstelling tot andere route, veel schapen hier in de bergen. Het laatste stuk geeft een mooi uitzicht over prachtig paars gekleurde berghellingen, begroeid met bloeiende heide. Beneden loopt de weg richting Llanberis. Rond 16.15u komen we weer terug aan op de parkeerplaats van Pen-y-Pass, maar de bus gaat pas 16.45u terug naar Llanberis. Daarom lopen we nog even rond in het informatiecentrum, met info over het onderhoud en aanleg van paden in het park en iets over Britten die in de jaren ’50 op de Snowdon geoefend hebben voor ’t beklimmen van de Mount Everest. We zijn tot op het bot toe nat en we beginnen ’t al wat koud te krijgen. Als we terug in Llanberis aangekomen zijn bellen we de rest op; die zitten al bij het treinstation op ons te wachten en rijden we terug naar de camping. Daar trekken we onze natte kleren zo snel mogelijk uit en gaan lekker warm douchen. Daarna verzamelen Rik en ik wat kleren om in de droger te stoppen, terwijl een paar anderen alvast aan ’t eten beginnen. Inge komt na een uur even zeggen dat zij al een hele tijd geleden gegeten hebben, maar toch nog wat voor ons overgelaten hebben. De hond is dus nog niet bezig geweest in de pot. Omdat het drogen niet helemaal goed werkt, zijn we vergeten dat ’t al etenstijd geweest is. Gelukkig is de droger vrij snel klaar en lopen we weer terug naar de tenten. We krijgen te horen dat besloten is dat Rik en ik ook maar af moeten wassen. De rest is aan ’t wandelen, in de TV- kamer of aan ’t lezen. Het is alweer 22.00u als we klaar zijn met afwassen en iedereen naar zijn tent gaat. We zijn best moe na zo’n energieke dag klimmen Dit wordt onze laatste nacht in Wales; morgen reizen we door naar Chester, nèt in Engeland.

 

* WOENSDAG 16 AUGUSTUS (dag 12)

Om 6.50u gaat de wekker alweer. Gelukkig is ’t droog geworden en een stuk minder bewolkt, dus kunnen we de tenten en tassen droog inpakken. Eigenlijk zouden we vandaag de Snowdon hebben moeten beklimmen, dan hadden we misschien op de top de Man- eilanden en Ierland hebben zien liggen. De kleren die we gisteren tijdens het wandelen aanhadden en die niet in de droger konden, zijn helaas nog niet droog. Hopelijk zijn ze dat wel als we in Chester zijn, want alleen in een shirt rondlopen is wellicht iets tè positief. Alhoewel, in de zon is ’t nu best vol te houden. Om 8.00u gaan we ontbijten en daarna breken we de tenten af en wordt ’t busje ingeladen. We worden er steeds sneller en handiger in. Dan kan de reis naar Chester beginnen. In eerste instantie zouden we nog een kasteel gaan bezoeken, maar vanwege de tijd zien we daar toch maar van af. We rijden eerst over slingerende binnenwegen door de bergen en heuvels, dan al snel de autoweg en tenslotte over de snelweg A55, die langs de noordkust van Wales loopt. Kort bij Chester komen we Engeland binnen. Ze noemen Chester daarom ook wel de Poort van Wales. Daar is ’t meteen gedaan met de tweetalige Engelse en Welshe verkeersborden. In Chester aangekomen zoeken we eerst een supermarkt op. Hier kopen we eten in voor vanavond (BBQ’en) en morgenavond. Daarna rijden we door naar de camping in het gebied Rough hill. De camping kunnen we in eerste instantie niet vinden, zelfs de bewaker van het industrieterrein weet ’t niet. Maar uiteindelijk zien we toch de verwijsborden naar de camping staan. De camping heet Southerly Touring Park en ligt ongeveer 3 mijl van Chester af. De poort staat lekker on- uitnodigend dicht en iets verder staan slagbomen. Overal staan verder bordjes met wat je allemaal niet mag; vliegeren, balspelen, op het gras rijden met de auto, enzovoorts. Typisch Engels zeg! Op wat voor camping zijn we nu weer aanbeland? Het keetje van de receptie is meteen een miniwinkeltje met een zeer beperkt aanbod. De heren- en damesunits hebben elk een aparte code om binnen te komen, en ook nog niet de gemakkelijkste. De heren hebben als code: c2368y. Dat wordt nog wat als er iemand met de haast naar de wc moet! Toch maar even ergens opschrijven! We zetten onze tenten op en dat is net op tijd, want het begint te regenen. We lunchen ook nog even en daarna vertrekken we naar ’t centrum van Chester. We parkeren net buiten ’t centrum en in de stromende regen lopen we over de Middeleeuwse stadsmuur. Gelukkig wordt ’t weer snel droog als we bij de kathedraal aankomen. Sommigen nemen er een rondleiding met walkman. In zo’n kathedraal zijn veel verschillende hoeken met kapelletjes om tot bezinning te komen. Er zijn veel gebrandschilderde ramen met mooie taferelen en ook prachtige mozaïeken op de muren. Ook zijn er veel graven en gedenktekens in de kathedraal, van de 13e tot en met de 20e eeuw (o.a. van officieren die in de 2e Wereldoorlog zijn gesneuveld). Niet alleen ’t plafond is mooi om te zien, ook de mozaïekvloeren en ’t houtsnijwerk mogen er zeker zijn. Er is ook een binnentuin met een vijver en een beeld met de tekst: “Inner spring always welling”. Een oase van rust zo midden in dit Middeleeuwse toeristenstadje. Nadat we de kathedraal van binnen en buiten gezien hebben lopen Hendrik-Jan en ik ’t stadje in om rond te kijken in de heel sfeervolle, met vakwerkhuizen bezaaide winkelstraten. We gaan het toeristeninfocentrum binnen voor folders van bezienswaardigheden, maar er is niks bij om “even” te doen in de vrije tijd die we hebben. Er liggen wel allerlei souvenirs van Engeland en…. Wales! Daarna maken we foto’s van de vakwerkhuizen en de klok op de brug uit de 19e eeuw. We lopen verder over de stadsmuur naar een parkje waar een Romeinse shrine? staat of hangt, maar er is niet veel te zien. We lopen langzaamaan weer terug naar de parkeerplaats. Als iedereen er weer is moeten eerst de souvenirs onderling bekeken worden, vooral cd’s en Engelstalige boeken, en de ervaringen van vandaag uitgewisseld worden. Daarna rijden we terug naar de camping. Daar wordt alles klaargemaakt voor de BBQ. Idsert heeft in Chester 2 grote wegwerp- BBQ’s gekocht en die werken perfect. Het vlees is vrij snel klaar. Na het eten ruimen we snel af, want er komen donkere wolken aanzetten. Thijs en ik wassen af. Ondertussen is ’t beginnen te regenen en iedereen duikt snel de kooktent in waar we meteen maar een soort evaluatie van deze vakantie houden. Om 21.00u komt een neef van Idsert langs die met z’n Engelse vrouw in de buurt van Chester woont. Met hem voorop in z’n auto rijden wij met ’t busje naar ’t centrum van Chester. Over de stadsmuur lopen we naar een leuke pub, waar we 2 Pond intree moeten betalen. Het is er supergezellig. Er zijn mensen aan ’t Salsadansen in een hoek van de pub. Op de bar staan verschillende tapkranen met o.a. Cider, Ale en Lager bier, wat je wel meer ziet in Engelse pubs. We buurten gezellig en helaas is ’t rond 23.00u weer tijd om terug naar de camping te gaan. Bij de camping aangekomen duikt iedereen snel zijn eigen tent in om snel plat te gaan met ’t geluid van de drukke weg langs de camping af op de achtergrond. Morgen gaan we het hele eind van ongeveer 6 uur rijden van Chester naar de omgeving van Harwich om daar op een camping te gaan, omdat we vrijdag vrij vroeg bij de boot terug naar Hoek van Holland moeten zijn.

 

* DONDERDAG 17 AUGUSTUS (dag 13)

Vannacht is ’t lekker rustig geweest, maar vanmorgen vroeg begon ’t verkeer weer vroeg op gang te komen. Ik heb de tafel opgedekt voor ’t ontbijt en heb alvast water opgezet voor de thee en eieren. Om 8.00u is iedereen klaar voor ’t ontbijt. Daarna worden de spullen weer ingepakt en de bus ingeladen. Er is nog best wat ruimte over, dus we zijn er inderdaad steeds handiger in geworden. En Idsert kan zelfs nog door de achterruit kijken. Rond 9.30u kunnen we aanrijden richting Harwich. Het zal een lange reis worden, helemaal van ’t midwesten van Engeland naar ’t zuidoosten. Het eerste gedeelte gaat over binnendoor weggetjes en autowegen. Maar daarna komt een lang, saai stuk over de snelweg richting Londen en verder. Vanwege ’t stappen van gisteren ligt bijna iedereen te slapen. Gelukkig moet er om de 2 uur gestopt worden om te rusten en de benen te strekken. Uiteindelijk komen we uit bij een camping in Colchester. Het blijkt een dure camping te zijn aan een drukke snelweg, dus wil Idsert eerst een alternatief zoeken. Helaas is er weinig alternatief (de andere campings bellen niet terug of nemen geen tenten), dus wordt ’t toch deze. Hij ligt wel direct aan de route naar Harwich, met morgen nog 40 km te gaan. Wij krijgen net de plaatsen aangewezen die ’t dichtst bij de snelweg liggen, er dicht tegenaan zelfs. Dus hopelijk is die vannacht wat rustiger, al vrezen we daarvoor. Nadat we de tenten opgezet hebben worden er wat ideeën geopperd om iets te gaan ondernemen (o.a. fitnessen of zwemmen in een vrijetijdscentrum of winkelen), maar hier komt niks uit. Dus gaan de meesten maar wat lezen. Vanavond eten we de restjes van ’t eten en wellicht kopen we nog wat vlees erbij. Dus dat wordt gemakkelijk eten, maar dat kan net zo goed lekker zijn. We gaan in ’t campingwinkeltje groentensoep, witte bonen in tomatensaus en Engelse worstjes halen. Rond 17.45u gaan we koken. De worstjes zijn wel heel vet, je kunt naderhand bijna frituren in de pannetjes! Als toetje is er warme, zoete rijstepap, maar dat lust niet iedereen. Naderhand wil niemand afwassen, maar er worden uiteindelijk toch 2 vrijwilligers gevonden die deze vieze klus willen klaren. Vanavond is de laatste avond op Engelse bodem. We buurten nog wat, sommigen gaan douchen. Het sanitair ziet er hier netjes onderhouden en schoon uit. De meesten gaan daarna hun tent in, want morgen hebben we om 7.00u ontbijt. Dit omdat we morgen op tijd bij de boot moeten zijn om in te checken en voor de paspoortcontrole. Idsert, Hendrik-Jan en ik buurten nog wat na over deze vakantie en over noSun in het algemeen en om 22.00u gaan we ook naar onze eigen tent. De weg is nog steeds druk, hopelijk wordt ’t straks beter. Maar slapen zullen we toch wel!

 

* VRIJDAG 18 AUGUSTUS (dag 14)

Vanmorgen heel vroeg begint ’t verkeer weer vol op gang te komen. De meesten zijn dan ook al eerder wakker dan de wekker van 6.20u. Wat een beroerde plaats hier om te slapen! Ik heb nog even de ontbijttafel mee helpen opdekken en om 7.00u staat ie klaar. Er worden nog een paar boterhammen gesmeerd voor de lunch, niet zo veel als de vorige dagen. Dan worden de tassen voor de laatste keer ingepakt en de tenten afgebroken na een inspectie door Idsert. In korte tijd wordt ’t busje ingeladen, zo geoefend zijn we er nu in. Rond 8.15u kunnen we vertrekken naar Harwich. Met treurige muziek op de radio (alsof ze ’t weten dat we naar huis gaan) en bijna complete stilte in ’t busje rijden we in minder dan een uur naar de bootterminal in de haven. Het inchecken en de paspoortcontrole duurt niet lang. De catamaran ligt er nog niet, dus kunnen we even rondlopen. Dan wordt er omgeroepen dat de boot later zal aankomen vanwege opgelopen vertraging in Hoek van Holland. Het wachten duurt en duurt maar. Pas rond 11.00u kunnen we de boot oprijden, terwijl die eigenlijk al rond 10.50u zou vertrekken. Daar lopen we naar boven en vullen alvast de evaluatieformulieren van noSun in. Rond 11.30u vertrekt de boot uit de haven. Eerst wordt de veiligheidsfilm weer gedraaid. De meesten gaan film kijken in de bios, de rest wat lezen en buurten. Dan varen we de haven van Hoek van Holland binnen en mogen we weer naar ’t busje toe. We moeten daar wachten tot de laad- en loskleppen opengaan. Gelukkig hebben we hier geen paspoortcontrole meer en kunnen we zo doorrijden. Idsert rijdt ’t busje naar de parkeerplaats en daar worden de tassen uitgeladen. Het is ongeveer 16.15u, terwijl we al 15.20u aan hadden moeten komen. Het wordt tijd om afscheid te nemen van elkaar. Rik heeft bij een van de vorige campings al alle e-mailadressen verzameld om foto’s uit te wisselen. Er wordt nog even een groepsfoto gemaakt bij ’t busje en daarna kunnen we allemaal op weg naar huis met de herinnering aan een leuke vakantie in een mooi, groen land.

 

Dit reisverslag is geschreven door Paul.

 

Deze reis bieden we dit seizoen aan in het voor- en najaar (8 dagen).

Nieuwsgierig geworden? Lees hier de reisbeschrijving!